Het kan zijn dat je een uitkering bij overlijden hebt meeverzekerd. Als de verzekerde (meestal ben je dit zelf) voor de einddatum komt te overlijden, krijgen de begunstigden een uitkering. Hiervoor betaal je een overlijdensrisicopremie. Deze overlijdensrisicopremie wordt betaald uit de totaalpremie. Het is mogelijk de uitkering bij overlijden te verlagen of terug te brengen tot 0% van de fondswaarde. In de huidige verzekering is de overlijdensrisicopremie onderdeel van de verzekering. Hierbij wordt de premie bepaald door het verschil tussen de waarde van de verzekering en het verzekerde bedrag bij overlijden. We betalen de overlijdensrisicopremie uit de opgebouwde waarde (die wordt dan lager) maar als er minder verzekerd is bij overlijden dan de actuele waarde voegen we risicopremie toe aan de waarde van de verzekering.
Door het verlagen van de overlijdensrisicodekking wordt er minder premie aan de waarde onttrokken en zal de op te bouwen waarde dus toenemen. Het verlagen van de uitkering bij overlijden heeft uiteraard gevolgen voor de nabestaanden. Als de verzekerde voor de einddatum zou overlijden, krijgen zij minder of geen waarde uit de polis uitgekeerd.Als je verzekering verpand is, bijvoorbeeld om de uitkering te gebruiken voor de aflossing van een hypotheek, moet ook de geldverstrekker het met deze verlaging eens zijn.
Belangrijk
Het verlagen van de overlijdensrisicodekking kan ertoe leiden dat je niet langer valt onder gunstige belastingregels.
Bij verlaging van de overlijdensrisicodekking betaal je minder risicopremie. Blijft de totaalpremie gelijk, dan is er een groter deel beschikbaar voor vermogensopbouw en stijgt bij een gelijke koersontwikkeling de eindopbrengst.
Vraag advies
Je adviseur kan je helpen bij de vraag of het verstandig is om de overlijdensrisicodekking te verlagen. Laat je daarom informeren over de mogelijkheden, de risico’s en de voorwaarden. Eventueel kun je via je adviseur een wijzigingsofferte aanvragen om te zien wat de (verwachte) invloed van een verlaging van de risicodekking is op de einddatum.
Je kunt ervoor kiezen dat er geen uitkering meer is verzekerd bij overlijden. De overlijdensrisicopremie wordt dan toegevoegd aan de waarde van je verzekering. Dit heeft bij overlijden uiteraard gevolgen voor de nabestaanden. Als de verzekerde voor de einddatum zou overlijden, krijgen zij namelijk geen uitkering. Het is daarom verstandig om van tevoren met je verzekeringsadviseur na te gaan of de nabestaanden dan niet in financiële problemen komen. Als je beleggingsverzekering verpand is, bijvoorbeeld om de uitkering te gebruiken voor de aflossing van een hypotheek, moet ook de geldverstrekker het eens zijn met het verwijderen van de overlijdensdekking.
Om het oorspronkelijke doelkapitaal toch te realiseren is het mogelijk aanvullende maatregelen te nemen:
Belangrijk
Een verhoging van de premie kan ertoe leiden dat je niet langer valt onder gunstige belastingregels.
Vraag advies
Je adviseur kan je helpen bij de vraag of het verstandig is om de premie te verhogen of een eenmalige aanvullende storting te doen. Laat je daarom informeren over de mogelijkheden, de risico’s en de voorwaarden.
Producten waarbij dit mogelijk is
Door een daling van de koersen kan de risicopremie nadelig beïnvloed worden. Dit noemen we het hefboom- en inteereffect
Om dit effect tegen te gaan, kun je de huidige overlijdensrisicodekking vervangen door een nieuwe dekking. Binnen je verzekering wordt dan een aparte overlijdensrisicodekking opgenomen. Hier rekenen we een vaste premie voor die jaarlijks wordt vastgesteld op basis van de dan geldende leeftijd van de verzekerde. De risicopremie is hierdoor niet meer afhankelijk van de koersontwikkeling. Bij overlijden wordt het verzekerde kapitaal uitgekeerd.
Gevolgen eindopbrengst
Er wordt dan een vooraf bekende risicopremie ingehouden op je totaalpremie. Hierdoor is deze niet meer afhankelijk van schommelingen in de opgebouwde waarde. Zo wordt voorkomen dat er bij een koersdaling extra risicopremie betaald moet worden. Het is overigens niet altijd gunstig om de huidige overlijdensrisicodekking te vervangen door een nieuwe dekking. Als je niets verandert en de koersen in de toekomst stijgen, zorgt het positieve hefboomeffect namelijk voor een lagere premie. Je moet dus kiezen: zekerheid of de kans op voordeel, met een risico bij dalende koersen.
Vraag advies
Je adviseur kan je helpen bij de vraag of het verstandig is om het hefboom- en inteereffect te neutraliseren. Laat je daarom informeren over de mogelijkheden, de risico’s en de voorwaarden.
Je kunt gedurende de looptijd van de verzekering je beleggingen wijzigen. We noemen dit een fondsswitch. Dit kan op twee manieren:
*Deze mogelijkheid bestaat niet voor Aktief Sparen/Beleggen of voor Verzekerd Sparen/Beleggen.
Vraag advies
Je verzekeringsadviseur kan je helpen bij de vraag of het verstandig is om een fondsswitch uit te voeren. Eventueel kun je via je verzekeringsadviseur een offerte vragen om te zien wat de (verwachte) invloed van een fondsswitch is op de einddatum.
Als je beleggingsverzekering is verpand, bijvoorbeeld omdat het eindkapitaal bestemd is voor de aflossing van je hypotheek, zal de pandhouder toestemming moeten geven voor verlenging.
Belangrijk
Premievrij voortzetten kan ertoe leiden dat je niet langer valt onder gunstige belastingregels.
Vraag advies
Je adviseur kan je helpen bij de vraag of het verstandig is om verzekering premievrij te maken. Laat je daarom informeren over de mogelijkheden, de risico’s en de voorwaarden.
Belangrijk
Het stopzetten van je beleggingsverzekering kan (fiscale) gevolgen hebben.
Vraag advies
Je adviseur kan je helpen bij de vraag of het verstandig is om je verzekering stop te zetten. Laat je daarom informeren over de mogelijkheden, de risico’s en de voorwaarden.