In Nederland zijn er meerdere verlofregelingen voor werknemers. Je kunt onderscheid maken tussen twee soorten: wettelijk verlof en bijzonder verlof.
In dit artikel bespreken we zowel wettelijk verlof als bijzonder verlof, te beginnen met vormen van wettelijk verlof. Per type verlof benoemen we alleen de hoofdpunten.
Wanneer een medewerker zwanger is, heeft zij recht op 6 weken zwangerschapsverlof. Bij een tweeling of meerling is dat 8-10 weken. Vervolgens heeft ze recht op minstens 10 weken bevallingsverlof. In totaal dus minimaal 16 weken verlof rondom de bevalling. Dit kan langer zijn, bijvoorbeeld als de baby later geboren wordt dan de uitgerekende bevallingsdatum. Je werknemer heeft bij deze soort verlof recht op loondoorbetaling. Als werkgever vraag je de uitkering aan bij het UWV.
Goed om te weten: het zwangerschapsverlof begint 6 tot 4 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum. Na 6 weken bevallingsverlof mag de werknemer de resterende tijd over een periode van 30 weken verspreid opnemen.
Geboorteverlof (ook wel kraamverlof, partnerverlof of vaderschapsverlof genoemd) is er voor de partner van de moeder. Het begint met het basisgeboorteverlof, waarbij je medewerker 1 werkweek vrij krijgt. Het loon betaal je in die periode volledig door. De uren van deze werkweek mag de werknemer opnemen wanneer hij wil in de 4 weken na de geboorte van het kind.
Daarnaast kan de medewerker aanvullend geboorteverlof opnemen, waarvoor een UWV‑uitkering geldt (maximaal 70% van het dagloon). In totaal gaat het om maximaal 5 werkweken (volgens de uren in zijn contract), die opgenomen moeten worden binnen 6 maanden na de geboorte van het kind.
Ouderschapsverlof is bedoeld om ouders ruimte te geven om werk en zorg te combineren. De regeling bestaat sinds 2020. Je werknemer heeft recht op maximaal 26 keer het aantal uren per werkweek en kan deze uren opnemen voor kinderen tot 8 jaar. Het is deels betaald verlof (9 weken lang 70% van het dagloon), deels onbetaald.
Soms doet zich een dringende situatie voor waarin een medewerker direct vrij moet nemen, bijvoorbeeld omdat een kind ziek is of vanwege een overlijdensgeval in de familie. In zulke gevallen geldt calamiteiten- of kort verzuimverlof. Dit verlof is meestal van korte duur en het loon wordt doorbetaald. Als de partner van je werknemer bevalt, kan die werknemer ook deze soort verlof opnemen om bij de bevalling aanwezig te zijn.
Als de afwezigheid langer duurt, kan een andere verlofvorm van toepassing zijn. Het is daarom belangrijk om snel met elkaar af te stemmen wat nodig en passend is.
Meer informatie over calamiteitenverlof
Op dit moment is rouwverlof niet wettelijk geregeld, maar vaak staat er wel iets over in de cao. Er is wel een wetsvoorstel ingediend om rouwverlof in de wet vast te leggen (5 betaalde verlofdagen), maar het is onbekend wanneer en of die wet wordt aangenomen.
Je werknemer kan kortdurend zorgverlof opnemen om voor een dierbare te zorgen die ziek is geworden. Langdurend zorgverlof is voor werknemers die langere tijd voor iemand in hun omgeving moeten zoeken. Een belangrijke voorwaarde is dat deze werknemer in de situatie de enige is die de zieke zorg kan geven.
Bijzonder verlof is niet wettelijk vastgelegd, maar komt wel vaak voor. Denk aan verlof bij een huwelijk, verhuizing of jubileum. De afspraken hierover staan meestal in een cao, arbeidsovereenkomst of personeelshandboek.
Als ondernemer heb je hier relatief veel vrijheid. Wel is het belangrijk om hierin consequent te zijn. Je wilt niet de ene werknemer anders behandelen dan de andere.
Onbetaald verlof is altijd een gezamenlijke afspraak tussen jou en je medewerker. Er is geen loonbetaling en het kan gevolgen hebben voor zaken als pensioen en verzekeringen. Het is verstandig om je werknemer hierover te informeren.
Juist omdat de impact groot kan zijn, is het goed om onbetaald verlof altijd schriftelijk vast te leggen. Zo weet iedereen waar hij aan toe is.